Home      |      Weblog      |      Articles      |      Satire      |      Links      |      About      |      Contact


Militant Islam Monitor > Articles > Turkije Ja , Turkije neen - Why politicians and citizens disagree on Turkey's admission to the European Union

Turkije Ja , Turkije neen - Why politicians and citizens disagree on Turkey's admission to the European Union

December 5, 2005

undefined

The official EEC promotion poster depicting the tower of babel

Turkije ja, Turkije neen.

Oscar Laurens Schroevers



Moet Turkije lid worden van de Europese Unie. Veel politici mompelen ja, de burgers roepen neen, en diverse organisaties en instellingen weifelen. Terwijl de kranten ‘ja, maar' schrijven. De discussie is veelkleurig en de uitkomsten zijn onduidelijk.
De bisschop van Roermond denkt dat de politiek het probleem van de islam in Europa heeft onderschat en dat we 'onze eigen normen en waarden van wederzijdse waardering en respect inleveren.' Wiertz: ‘Want in Turkije is er niet of nauwelijks vrijheid van godsdienst. Voor rooms-katholieken is het daar zeer moeilijk om voor hun geloof uit te komen. Om over de meeste Arabische landen nog maar te zwijgen, daar is totaal geen godsdienstvrijheid.'
Wiertz meent dat wij de opkomst van niet-liberale democratieën onderschatten.


Wanneer de regering een referendum gaat houden wordt Turkije waarschijnlijk geen lid van de Unie. Dat beloven in ieder geval de tegenstanders. De Amerikaanse president George Bush mag zeggen wat hij wil en betogen dat het Turkse lidmaatschap goed is voor de stabiliteit van het westen en Europa, maar wie zegt dat het werkelijk zo is? Mgr.Wiertz stelt in een interview onomwonden vast dat het lidmaatschap van Turkije een bedreiging is voor de samenhang van de Europese Unie. 'Er is,' beweerde de bisschop, 'in het westen geen verbond tussen Kerk en Staat. Maar ik houd mijn hart vast hoe dat straks met Turkije in de Europese Gemeenschap moet.'


‘Het EU-lidmaatschap van Turkije is', voegt bisschop Wiertz eraan toe, ‘een onbegrijpelijke keuze van Europa'.
In Nederland bestaat vrijheid van meningsuiting, en kan bisschop Wiertz zeggen wat hij denkt. Bisschop Wiertz is niet de eerste die met zijn uitspraken over de Islam de media haalt. Eerder verklaarde mgr.Dr.T.Muskens dat hij meer raakvlakken met het boeddhisme ziet en dat hij vraagtekens plaatst bij de Islam.
Deze uitspraken deden wat stof opwaaien, maar het werd al gauw weer erg stil. Doodstil. Men luistert meewarig naar de bisschoppen, schudt met het vermoeide hoofd, en gaat over tot de verwarrende orde van de dag. Hebben de bisschoppen ongelijk? Overdrijven ze misschien, of zijn ze zo slecht geďnformeerd?Of ligt het aan hun katholiciteit, zijn ze vooringenomen?


Neen, ik geloof dat niet, ik zou zelfs zeggen: was het maar zo, was het maar zo. Want het is allemaal veel erger als die gemoedelijke bisschop Wiertz uit Roermond wilt denken, schrijven en beweren.
In Nederland horen we zoiets niet graag. Er is, meent de premier, behoefte aan positief nieuws. Balkenende smeekt zelfs om goed nieuws. En alles was ons zelfbeeld verstoord, ondermijnt, wat onze verwachtingen aanvalt dat is geen goed nieuws, dat moet weggewuifd worden, begraven, weggemoffeld. Want de toekomst moet breed zijn en groots, een toekomst die bovendien multicultureel is, een nieuwe zaligheid die hopen we open zal zijn al blijft dat een gok. Ik zou zelfs zeggen gevaarlijke, onverstandige gok. Want inmiddels is die ladder naar morgen zo breed geworden dat ook de Turkse vereniging Milli Görus in Nederland naast de overheid en niet-gouvernementele organisaties mee naar boven mag klimmen. Overal komen we die verstandige Haci Karacaer tegen, de altijd beminnelijke directeur van het Nederlands secretariaat van Milli Görus. Hij neemt regelmatig deel aan publieke bijeenkomsten en in 2002 overwoog de PvdA hem op kandidatenlijst voor de Tweede kamerlijst te zetten. De voorzitter van de selectie commissie Jos Beus omschreef hem zelfs als de ‘volmaakte kandidaat'. Maakt een zwaluw lente? Is sussen en misleiden niet gewoon een vorm van jihad(die zich beroept op de zogenaamde Duivelsverzen in de Koran)? En wie en wat is Milli Gorus? Milli Görus is de grootste en belangrijkste, orthodox religieuze Turkse organisatie in Europa, die vele Turkse moskeeën en stichtingen beheert.
Milli Görus betekent niets anders als Nationale visie. Het is de titel van een fundamentalistische pamflet dat in 1975 werd geschreven door Necmettin Erbakan van de welvaartspartij. In deze brochure legt Erbakan de nadruk op industrialisatie, de ontwikkeling van de onderwijs en een grotere economische onafhankelijkheid. De teneur van zijn pamflet is anti-Europees en discriminerend. Erbakan beschouwt de gemeenschappelijke Europese markt als een verfoeilijk ‘katholiek en zionistisch project' dat onder de ware gelovigen afvalligheid bevordert. Erbakan: ‘Milli Görus is vergelijkbaar met geloof toen Sultan Fatih Istanboel veroverde. Duizend jaar lang was onze natie een Milli Görus supermacht. Milli Görus is medicijn voor alle ziekten.'


Een wetenschapper als Faud Hussein, een Irakees die jarenlang in Nederland woonde en nu op het ministerie voor Godsdienstzaken in Bagdad werkt, wijst erop dat de doelstellingen van Milli Görus onveranderd dezelfde zijn: islamisatie van de Turkse gemeenschap en van de staat. Milli Görus is, niettegenstaande, de loftuitingen van Jos de Beus een orthodoxe organisatie d ie streeft naar een orthodoxe islamitische samenleving, te beginnen in de Turkse gemeenschap in Nederland.


De huidige Turkse premier Recep Tayyip Erdogan, leider van de rechtvaardigheidspartij (AK) zegt hij en zijn partij AK afstand hebben genomen van de Islamistische agenda van Erbakan. Niettemin tracht Erdogan, als politiek erfgenaam van Erbakan, via het ministerie van godsdienstzaken direct invloed uit te oefenen op de Turkse gemeenschappen in het buitenland.


In 2004 schreef de Nederlandse veiligheidsdienst daarover in zijn jaarverslag: 'Nochtans twijfelt de AIVD niet aan pogingen om onderdanen in Nederland te beďnvloeden door Turkse overheidsinstanties als de veiligheidsdienst MIT, en het Directoraat voor Godsdienstzaken Diyanet.'


Het ministerie van binnenlandse zaken in Noordrijn-Westfalen kwam afgelopen Augustus met een niet mis te verstane analyse van Milli Görus. ‘Sedert de jaren zeventig,' lezen we, ‘is Milli Görus de officiële ideologie van de Erbakan-partijen. De verschillende afdelingen zijn allen met de moederpartij in Turkije verbonden en financieren de uitgave van de partijkrant Milli Gazete, zij bevoorraden ook de diverse Milli Görus stichtingen. Milli Görus beschouwt de krant Milli Gazete als het bolwerk 'tegen integratie en assimilatie' in een 'barbaars Europa'.


'In de buitenwacht,' schrijft het Westfaalse ministerie, 'doet Milli Görus er alles aan om het beeld in stand te houden van een gematigde organisatie, een vereniging die zegt te willen integreren'. Het doel echter, menen de onderzoekers van de Duitse Verfassungsschutz (binnenlandse veiligheid), is tweeledig. Men wil, ten eerste, aanvaardt worden door de kerken, en ten tweede, men wil door de Duitse overheid officieel erkend worden als Godsdienstig genootschap. Deze behoedzaamheid staat, volgens de veiligheidsdienst, in schril contrast met het onverminderd hoge ideologische gehalte van Milli Görus. Nog altijd is Adil Duzen of Gerechtvaardigde Orde van Necmettin Erbakan de partijleer waarin men een rechtvaardige orde op Islamitische basis uitdraagt. De westerse democratie en de politieke instellingen worden nog altijd door Milli Görus afgewezen. En de Milli Görus-ideologie, stelt het Westfaalse ministerie, wordt nog steeds gekenmerkt door een ‘sterk vriend-vijand denken' dat ‘verrijkt is met antisemitische sentimenten.'
Milli Görus wil de vestiging van een ‘Islamitische gemeenschappelijkheid',op basis van een orthodox islamitische ethiek en een islamitische rechtsorde. Omdat, schrijven ze in MiIli Gazete, ware gelovigen, onder levensgevaar, een heilige oorlog voeren op de weg van Allah. En, schrijft de spreekbuis van Milli Gazete, ‘er drie vijanden zijn te overwinnen: vijand nummer een de Christen, vijand nummer twee en drie, ook de christen, die wij voor altijd gewapend zullen bestrijden in navolging van de Profeet. En, voegen ze er aan toe, moslim ouders, voedt U kinderen op tot een generatie van veroveraars. (Takija Ahmadiya).


Een directeur van Milli Görus de droomkandidaat voor de PvdA? Er moet iets mis zijn met die partij dat men zich zo door woorden laat verblinden. In de AIVD rapportages ontbreken overigens verdere waarschuwingen. MIlli Görus komt er merkwaardigerwijs niet in voor. Men mag zich afvragen of dat de dienst weer eens is ingedut, of het risico als beheersbaar inschat ?Of heeft men een eigen misleidingsoperatie opgezet. Eerder slaagde men er een eigen communistische afdeling op te richten die met alle egards in Peking en Moskou werd ontvangen. De gewiste Hofstad tapes, en de verdwenen 'Van Gogh gesprekken' doen vermoeden dat men getracht heeft dat kunststuk te herhalen, met desastreuze gevolgen.


De directeur van de Nederlandse Milli Görus, Haci Karacaer, benadrukt steeds dat de Nederlandse afdeling zelfstandig opereert en niets te maken heeft met Milli Görus in Westfalen, Duitsland. Dat is echter een leugen. In 2002, het jaar dat Jos de Beus Karacaer de perfecte kandidaat vond, organiseerde de Nederlandse en Duitse afdelingen van Milli Görus een bijeenkomst in Arnhem. Erbakan werd na een tirade tegen integratie, en veroordeling van de Amerikaanse politiek, luidruchtig toegejuicht door twintigduizend Turken. Necmettin Erbakan, de geestelijk vader van Milli Görus, zei ook dat ‘na de val van de muur, het westen een nieuwe vijand heeft gevonden: de Islam. De Turkse freelance journalist Mehmet Ulger meent dat de staande ovatie voor Erbakan niemand moet verbazen, want 'de gecontroleerde imans in de 500 door Milli Görus gecontroleerde moskeeën steken nog wel fellere toespraken af.'
We kunnen voor de lezers een lange lijst met incidenten aanleggen, maar volstaan met vijf voorbeelden. Het eerste voorbeeld: de iman van de Yunus Emre moskee in Almelo waarschuwde de Turkse gelovigen dat ‘gelovigen niet bestuurd moeten worden door ongelovigen, want dat strookt niet met de Koran.'


Voorbeeld twee: in een bijdrage van het Vlaamse minderhedencentrum in Limburg lezen we: ‘De overheid moet over de betekenis van het dragen van een hoofddoek goed nadenken vooraleer ze stappen onderneemt en in dialoog treden met de betrokken meisjes/vrouwen en hun geloofsgemeenschap, om een constructief en participatief beleid te kunnen voeren op dit vlak.' Dit nauwelijks verholen dwingen, baseert zich op het werk van de politiek filosoof, de Australiër Will Kymlicka, die een ware kampioen van het multiculturalisme is, een verdediger van "groeps-specifieke poly-etnische rechten". Hiermee bedoelt hij dat men specifieke godsdienstige en culturele praktijken in bescherming moet nemen tegen de markt en de juridische achterstelling, dat wil zeggen dat de overheid een uitzondering maakt voor islamitische hoofddoeken terwijl het algemeen verbod van hoofddeksels op school wordt gehandhaafd. Critici van het werk van Kymlicka wijzen erop dat de idealen van deze filosoof een geserreerde samenleving in de hand werken. Kymlicka ontkent dat niet, en meent dat afgrenzing soms gerechtvaardigd is, zolang het maar niet ontaardt in apartheid. De ideeën van deze filosoof vinden gretig aftrek in multiculturele overlegorganen in Nederland en Vlaanderen. Het verschaft bewegingen als de AEL intellectueel een legitimatie voor de tweesporen gedachte: Laat ons met rust, laat ons vrij. Want als we de wetten gehoorzamen, hier werken en leven, dan mogen we tenminste in eigen kring ons religieus normenstelsel handhaven en uitdragen. In de praktijk komt dat neer op getto-vorming en cultuurdwang; op een gespleten samenleving met concurrerende normen- en waardestelsels en we zien in Amsterdam en Rotterdam wat daarvan de gevolgen zijn, die graag verzwegen worden.


Voorbeeld drie: in 2002 wilde de Stichting Turkse Islamitische Hulpverlening en Solidariteit (TIHS) een bijeenkomst organiseren in het Nova College in Osdorp. Uitgenodigd waren verschillende prominenten, onder andere het PvdA kamerlid N. Albayrak, Muhsin Yazicioglu,de voorzitter van de Turkse Grote Eenheids Partij (BBP), en Recep Yildirim, de voorzitter van de Europese Federatie Nizam-i Alem. Dat lijkt een merkwaardige combinatie want in de Volkskrant, de Trouw, het NRC en Turkish Daily News was de BBP in het verleden omschreven als "extreem-rechts", "ultranationalistisch" en "uiterst rechts". De PvdA, en tal van linkse politici riepen na de opkomst van Pim Fortuyn dat de beschaving en het morele gelijk van Nederland op het spel stonden nu de bruine politiek weer terug was van weg geweest. Principieel anti-fascistisch en modern is de PvdA niet, want de BPP is een partij met wie je in de moskee of in een zaaltje aan tafel kunt gaan zitten. Ende directeur van Milli Görus is je ideale droomkandidaat.
In 2002 stuurde de Onderzoeksgroep Turks extreem-rechts (van het tijdschrift Alert) een persbericht naar de media en het Nova College, waarop de school besloot dat er geen politieke bijeenkomsten mochten plaatsvinden in hun schoolgebouw. Die ervaring verhindert het Turkse PvdA kamerlid Nebahat Albayrak echter niet om contact te zoeken met organisaties die banden hebben met de BBP. In november bezocht Albayrak een bijeenkomst in de aan de TIHS (BBP) gelieerde Sulumaniye moskee. Dat was of politiek onnozel van mevr.Albayrak, of onderdeel van een stelselmatig ontkenningsproces onder allochtone politici van grote partijen, en de multiculturele elites in dit land. Het PvdA kamerlid kan niet volhouden dat ze van niets wist. In 2002 bijvoorbeeld stelde zij vragen over de uitlatingen van radicale imans in moskeeën (AIVD jaarverslag 2002 p. 130 vraag nr 1366).


Voorbeeld vier: in Duitsland wees de Islamoloog dr.Hans-Peter Raddatz op de Islamitische kolonisatie van Europa. Hij waarschuwde nadrukkelijk voor het ontstaan van een schaduwmaatschappij, islamistische gemeenschappen die in de grootsteden reeds werkelijkheid zijn. Autochtonen vertrekken uit immigrantenwijken, en worden er ook weggejaagd om een eigen staat in de staat te vormen. Raddatz die een encyclopedie over de Islam verzorgde en twee boeken schreef over de positie van de vrouw in de Islam, meent dat deze islamitische kolonies een wezenlijke bedreiging vormen voor de westerse cultuur en de democratie. Er ontstaat daardoor, gelooft hij, onder het argument van culturele eigenheid, een gemeenschap, een monocultuur waarin vrouwen een ondergeschikte positie innemen en verkeren ergens op een niveau ‘tussen stoffelijke voorwerpen en persoonlijk have.' De Islam, schrijft Raddatz, is een systeem vooral gebaseerd op de autoriteit van echtgenoten, vaders en broers die de kuisheid van dochters en zusters moeten verdedigen. Dit is, stelt Raddatz vast, ‘centraal voor het veiligstellen van de eer, sterker nog, dit is de Islamitische staat als zodanig, en dit leidt ons vanzelf naar de vraag waarom het aantal eermoorden in het westen en de Islamitische staten alarmerend is toegenomen. Raddatz meent ook dat de katholieke kerk met paus Johannes Paulus II de aanwezigheid van islamitische immigranten in het westen zwaar heeft onderschat. De Islamoloog, en het lijkt een epidemie te worden in het westen, geniet als criticus sinds september van dit jaar politiebescherming vanwege bedreigingen op het internet. Op 9 september publiceerde het grootste Turkse webportaal in Duitsland, moslimmarkt. de, een ‘gebed'. De tekst luidde: 'Als de werkelijk Islam zo is als dat mijnheer Raddatz het zich steeds voorstelt, dan moet de almachtige Schepper alle aanhangers van deze religie uitroeien. Indien mijnheer Raddatz een haatprediker is en een leugenaar, moge de Almachtige hem dan voor zijn misdaad als zodanig straffen, en al diegenen die blijven geloven in deze leugens, zelfs nu anderen hem erop wezen dat het tegenovergestelde waar is.'


In oktober verklaarde het parket in het Duitse Oldenburg dat men een onderzoek was begonnen naar de eigenaren van de website. Bernhard Südbeck van het Openbaar Ministerie: 'Er bestaat hetzelfde gevaar als met Theo van Gogh. Wij moeten uitgaan van het ergste' (zie Elsevier 29 oktober 2005).


Op 15 oktober meldde het TV programma Report Mainz dat de tekst van het gebed op moslimmarkt.de was blijven staan, maar dat de naam van Raddatz was vervangen door drie kruisjes. Tilman Nagel, hoogleraar godsdienstwetenschappen in Göttingen, en zijn Marburger collega Ursula Spuler-Stegemann verklaarden als deskundigen voor het Openbaar Ministerie, dat het gebed echt een oproep was om Raddatz te vermoorden. De eigenaren van de website, twee Turkse broers Yavuz en Gürhan Özoguz, die het boek ‘Wij zijn moslimfundamentalisten in Duitsland' schreven, spreken over een 'misverstand'. Islamitische organisaties hebben opgeroepen een dialoog aan te gaan. Opnieuw zien we de tactiek: bedreigen en dialoog vragen.



Dr. Yavuz Özoguz is geen vreemde in Duitsland. Hij woont in Delmenhorst en werkt als ingenieur aan de Universiteit van Bremen. Al jaren volgt de Duitse inlichtingendienst hem met argusogen. Men beschouwt hem als een spilfiguur in een netwerk dat contacten onderhoudt met terreurbewegingen als Hamas en Hezbollah. Eerder werd dr. Yavuz Özoguz aangeklaagd wegens opruiing. De zaak kwam echter niet voor de rechter nadat een boete van duizend euro was betaald. De Universiteit van Bremen, de werkgever van Yavuz Özoguz, zit verlegen met de religieuze activiteiten van de ingenieur. De rector magnificus prof. dr.Wilfried Müller verklaarde dat als het waar is wat justitie zegt, en dr. Yavuz Özoguz inderdaad de Islamoloog Raddatz heeft bedreigd, hij zal worden ontslagen.


Raddatz wees er in een verklaring op dat het dreigement niet slechts hemzelf maar ook zijn verwanten en zijn gezin gold. ‘Het gaat niet slechts' verklaarde een verontruste Raddatz, ‘om een enkele delinquent maar ook om mijn verwanten.' Raddatz beschouwt de anonimisering van het gebed (met drie kruisen) als een tweede fase en verscherping van de moorddreiging.

Het vijfde voorbeeld. Recentelijk woedde in Denemarken een heftige polemiek over twaalf mohammed cartoons. Het begon allemaal met illustraties voor kinderboek over Mohammed. In september van dit jaar zocht Kaare Bluitgen contact met de pers omdat hij maar geen illustrator kon vinden voor zijn kinderboek over Mohammed. Het spookbeeld van Theo van Gogh stond de tekenaars al te duidelijk voor ogen. Ze wilden geen meewerking verlenen.


De redactie van het conservatieve dagblad Jyllands Posten, in Aarhus, vond dat schandalig en vroeg veertig illustratoren een cartoon van Mohammed voor de krant te tekenen. Achtentwintig tekenaars weigerden, en twaalf gingen op het verzoek in en leverden een spotprent in die was gebaseerd op de actualiteit.


De Mohammed cartoons in Jyllands Posten veroorzaakten veel commotie. De redactie van de krant werd bedreigd, bij de receptie van het conservatieve dagblad kwam een bewaker te staan, en een bewakingsfirma moest de beveiliging van de medewerkers regelen. De Deense politie arresteerde al snel een zeventienjarige Turkse jongen die gedreigd had een tekenaar te vermoorden. Op het ogenblik waarop we dit artikel schrijven, geniet een van de illustratoren overigens nog altijd permanente politiebescherming.


De cartoons hebben gezorgd voor oplopende spanning tussen de Deense gemeenschap en de moslim-immigranten. Zo'n vijfendertighonderd moslims, sommigen beweren vijfduizend, gingen de straat op met spandoeken en riepen leuzen. Moslim organisaties eisten dat de krant zijn verontschuldigingen aanbood. Maar dit verzoek werd resoluut afgewezen door Carsten Juste, hoofdredacteur van het Jyllands Posten. 'Wij leven,' verklaarde de hoofdredacteur vastberaden, 'in een democratie. En we willen alle journalistieke methoden gebruiken die wij geschikt vinden. In ons land is satire een aanvaard middel en karikaturen mogen we afdrukken. Godsdienst mag deze vrijheid niet belemmeren.'
Iman Raed Hlayhel uit Aarhus verklaarde op zijn beurt in de internetkrant van El Jazeerah, dat 'dit soort democratie waardeloos is voor moslims.' HIj voegde er nog nog aan toe dat 'moslims zulk een vernedering nooit zullen aanvaarden.' Deze iman Hlayhel haalde eerder de voorpagina van de krant omdat hij in een preek gezegd had dat de zedeloze kleding van Deense vrouwen een 'uitnodiging was voor verkrachting'. Iman Hlayhel is een voorstander van de strengste kledingvoorschriften.


Niet alleen de streng orthodoxen ook de zogenaamde gematigde moslims protesteerden. Ook zij spraken van een provocatie. Negen beursstudenten uit Pakistan begonnen een actie en lieten een brief circuleren. Zafar Khan deed op het internet namens de negen een oproep aan alle moslims en vroeg hen om wereldwijde acties. Op 30 september nam de protestgroep contact op met de 'schaamteloze redactie' van Jyllands Posten. De krant antwoordde de buitenlandse studenten dat ze 'alles konden doen wat ze wensten, maar niet bang waren voor moslims, en dat men vrijheid van drukpers in Denemarken geniet.' De protestgroep richtte daarna haar pijlen op de Islamitische ambassades in Kopenhagen. De eerste reacties waren heel lauw, vonden ze, en zo lauw dat de protestgroep luid klaagden over de houding van de Pakistaanse en Saoedische Ambassade. Maar dat zou veranderen, beloofden ze, en ze besloten hun smeekbede met een citaat van de Punjabi soefi-mysticus Bullah (1680-1758). 'Honden houden zich slechts bezig met het eigendom van hun meester, maar wat houdt ons bezig?'


Op 12 oktober zonden ambassadeurs van islamitische landen in Kopenhagen een protestbrief aan de Deense regering vanwege de 'smaadcampagne in de media tegen alles wat met de Islam en moslims te maken' had. De brief , die werd ondertekend door 56 landen, lijkt op het eerste gezicht een verzoek. We lezen: 'de publicatie van de 'vernederende karikaturen van de Heilige profeet Mohammed (PBUH) is niet alleen discriminatie, maar kan reacties uitlokken van Islamitische landen en moslim gemeenschappen in Europa.' Een vriendelijk verzoek, maar wel een met een harde stok achter de deur, want de woordvoeder van de Islamitische ambassadeurs, de Egyptische Mona Omar Attai, onderstreepte tegenover Berlingske Tidende(?): dat men een gesprek met de premier wilde en de krant zou zich in het openbaar aan de Moslimgemeenschap moeten verontschuldigen. Want de moslims waren kwaad over 'de publicatie van karikaturen van de heilige profeet Mohammed'. Ze waren ook boos over 'de negatieve reactie van de Deense regering'. 'Ieder land', meende Mona Omar Attai, moest 'respect bewaren voor alles wat religieus is, en ook maatregelen nemen wanneer dat nodig is.' Opdat 'ongewenste handelingen of gebeurtenissen achterwege blijven' die, aan de ene kant 'geweld kunnen uitlokken, en - aan de andere kant - de verhouding schaden tussen Denemarken en het westen, en Denemarken en de islamitische wereld.' Dat was een onverholen dreiging.
Bovenaan de protestbrief van de Islamitische landen prijkt de handtekening van Fugen Ok, de Turkse ambassadeur in Kopenhagen. En dat was, zo bleek later, geen vergissing.

De Deense regering wees herhaalde malen het verzoek van de ambassadeurs af om een dialoog over de cartoons op gang te brengen. Dat was niet mogelijk, zei de premier. Weer kwam er een dreigement, en nu van Maie Sarraf, de afgevaardigde van de Palestijnse gebieden in Kopenhagen. Sarraf: 'Wij willen met de premier spreken. Dit is onze wens, en dat verwachtten wij. We willen nogmaals aandacht vragen voor de risico's verbonden aan het bekritiseren van de Islam. De profeet is voor ons heilig en die mag niet vernederd worden. Als men een hakenkruis op een synagoge schildert heet dat antisemitisme, maar wanneer men moslims besmeurt dan houdt iedereen zijn mond dicht. Wij beraden ons op gezamenlijk stappen.'
Aanvankelijk wilden de ambassadeurs contact opnemen met Deense politici, maar na een ontmoeting op de Saoedische ambassade zag men van dit voornemen af. In plaats daarvan werd gekozen voor internationale actie en politieke druk van buitenaf. 'Het is,' verklaarde Attia na de bijeenkomst op de Saoedische ambassade, 'nu een internationale zaak geworden. En daarom zoeken we niet verder contact met Deense politieke leiders. De Arabische liga zal zijn gewicht in deze strijd werpen. (..) De spotprenten staan nu op de agenda van de Islamitische topconferentie die in december in Saoudi- Arabië zal worden gehouden.'



Vrijwel onmiddellijk na de protesten van Islamitische landen braken er rellen uit in Aarhus. Veertig relschoppers stichtten brand, richtten vernielingen aan, plunderden winkels, en leverden slag met de politie.
Een negentienjarige relschopper stelde zich aan Erik Thomle, verslaggever van Jyllands Posten, voor als Palestijn, geboren in Libanon, en zei: 'De politie moet hier wegblijven. Dit is onze buurt. Wij maken hier de dienst uit. We zijn geërgerd over wat er met onze profeet is gebeurd. Ik weet goed dat jullie het niet zijn geweest. Maar we zijn het dus niet eens met wat de krant de profeet aandeed.'
Twee jonge Turken, noteert Erik Thomle, vallen de Palestijn bij. Ze vertellen glimmend, bijna trots: 'We zijn drie weken bezig geweest met plannen. En daarom zijn er maar twee van ons gearresteerd.' De stemming in Rosenhřj centrum is opgetogen, schrijft Jyllands Posten. 'Alsof er een zegen is behaald.'

De ernst van deze rellen, de schijn van buitenlandse inmenging, of van opruiing die is gewekt, de hele spotprenten-affaire, het zijn allemaal aanduidingen dat er iets ernstigers aan de hand is. Maar dat is in Nederland nog niet doorgedrongen. Op 25 oktober meldde de correspondente van de Wegener Pers in Kopenhagen, Windy Kester, dat de Deense premier Anders Fogh Rasmussen niet wilde praten met de ambassadeurs van elf moslimlanden over 'de smaadcampagne tegen de islam en moslims in de Deense media'. Het artikel eindigde met: 'terreurexperts menen dat Denemarken door deze zaak wel eens hoog op het lijstje van mogelijke doelen voor aanslagen kan komen te staan.'
Op 29 oktober besteedde de Volkskrant ook aandacht aan de affaire. In een artikel van 518 woorden schreven Janny Groen en Nanda Troost dat Moslims gekwetst waren door Jyllands Posten waarbij men Johan Mikkelsen de sportredacteur aanzag voor hoofdredacteur. Ze schreven ook nog dat de VVD-politica Ayaan Hirsi Ali meende dat er overeenkomsten waren met de situatie in Nederland.
Terreur deskundigen nemen de dreigingen die zijn geuit tegen Denemarken en Deense instellingen intussen wel heel serieus. De Italiaanse inlichtingendienst waarschuwde namelijk een aantal weken geleden Kopenhagen, Oslo en Stockholm voor een Marokkaanse groep die banden heeft met Al Qaeda en actief is in Scandinavië.

Op 14 november kwam de spotprenten-affaire in een nieuwe fase terecht toen de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan naar Kopenhagen vloog voor een nato-bijeenkomst, en voorafgaand aan zijn ontmoeting met de Deense premier Anders Fogh Rasmussen krachtig afstand nam van Jyllands Posten en de Mohammed-tekeningen. Erdogan: 'Vrijheid van meningsuiting is belangrijk, maar wat voor mij heilzaam is, dat is voor mij belangrijker. Ik zal nooit mijn vrijheid van meningsuiting misbruiken om wat heilig is voor Anders Fogh Rasmussen aan te vallen.' Eerder had Erdogan verklaard dat wat hem betreft anti- islamisme moet beschouwd worden als een 'misdaad tegen de mensheid'.
Fogh liet in een reactie weten dat er zaken zijn waarover 'wij anders denken.' En, benadrukte dat het 'hier echt om wezenlijke zaken gaat'. 'Ik denk er niet over,' zei de Deense premier, 'een compromis te sluiten, zeker niet omdat ik meen dat Turkije als samenleving moet inzien dat er bepaalde voorwaarden zijn waaraan ze moeten voldoen wil Turkije lid worden van de EU'.
Uit ontevredenheid over de reactie van de Deense regering verscheen Erdogan op 14 november niet op gezamenlijke persconferentie die in Christiansborg, het Deense Parlement was georganiseerd. Erdogan vertelde later dat hij was weggebleven omdat er een journalist van een Koerdische zender Roj TV (Denemarken) aanwezig was op de persconferentie. Roj TV, beweert Turkije, wordt gefinancierd door de verboden Koerdische PKK. Ten gevolge van deze affaire meent inmiddels 55% van de Denen dat Turkije geen lid moet worden van de EU.
Dit is maar één incident, maar de spotprenten affaire staat helaas niet op zichzelf. Turkije kent helemaal geen vrijheid van godsdienst. NIet alleen katholieken, ook Alevitische Turken bijvoorbeeld worden achtergesteld. De lange lijst met incidenten bewijst dat een deel van de immigranten in Europa niet alleen de westerse waarden afwijst, maar dat er een beweging groeit die, met steun en aanmoediging van buitenaf, geweld wilt plegen op Europese straten, en critici voorgoed de mond wil snoeren. Sommigen zoals Erbakan werken zelfs aan een nieuw fascistisch project, een eigen nationale visie die zij beschouwen als het alternatief voor 'het katholieke en zionistische project Europa'. Het gaat hier overigens niet om louter een Turks probleem. In Engeland riep bijvoorbeeld de moslimraad van Groot- Brittannië de regering op holocaustdag af te schaffen. Daarmee zou de regering de harten van de Engelse moslims winnen, meende de voorzitter van de raad sir Iqbal Sacranie. Onlangs kwam diezelfde Sacranie in het nieuws vanwege zijn betrokkenheid bij de demonstraties tegen de Duivelsverzen van Salman Rushdie ruim twintig jaar geleden. Sacranie, toonde de BBC, was niet alleen aanwezig bij openbare boekverbrandingen en gewelddadige betogingen, maar verklaarde nog altijd een voorstander te zijn van boekcensuur. Hij wilde dat de regering kritische boeken over de Islam en over de profeet Mohammed verbood. Nu roept hij om een enquete over de 7-juli aanslagen in de Londonse metro. Om niet-moslims te beschuldigen?


Opmerkelijk is die roep om censuur niet. De culturele elites wijzen dat hier af, maar verliezen ondertussen wel de moed om de islam ernstig te bekritiseren, of zien kunstzinnige gemeenplaatsen aan voor modern, bewijs van integratie, en progressief. Een voorbeeld. In het Belgische gewest Brussel ging op 29 oktober het toneelstuk Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen in premičre. De auteur, Chokri Ben Chikha verklaarde tegenover de redactie van Brussel X: 'Onder Marokkanen leeft het antisemitisme, of wij dat leuk vinden of niet, maar dat heeft te maken met de Palestijnse zaak. En niet alleen Arabieren,' zei Chikha,' hebben een hekel, maar ook mijn schoonmoeder die Pools is, is erg antisemitisch.' Ongein over joden vond Chikha dus toelaatbaar. Het VRT-journaal wilde wel het toneelstuk Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen in het journaal bespreken, Men toonde ook het affiche dat een aantal katholieke kijkers in het verkeerde keelgat schoot. Op het plakkaat prijkt namelijk een jonge vrouw, verkleed als de maagd Maria, met ontbloot bovenlijf en een naakt kind op schoot. Nederlandse kijkers zijn inmiddels door de KRO verwend met een ontklede Maria, een idee dat ze van Middeleeuwse schilderijen afhaalden. Wij zien dus daar niet van op, maar sommige Vlaamse kijkers waren echt boos. Een grote Belgische krant noemden de bezwaarmakers vervolgens fascisten, terwijl volgens ons mijnheer Chikha vreemde opvattingen er op nahoud en Marokkaans antisemitisme vergoelijkt.


Het lijkt moeilijk echt onderscheid te maken. Na de recente rellen in Frankrijk bijvoorbeeld kwamen geleerden weer vrijwel onmiddellijk met de verklaring dat het allemaal aan 'de armoede, sociale uitsluiting, discriminatie, onevenredige machtsverhoudingen, gesloten politieke kanalen lag.' Dat had allemaal niets uit te maken met plannen en met het einde van de ramadan? Wanneer er dus ergens onlusten uitbreken en met bakstenen wordt gegooid, dan ligt dat altijd en onvermijdelijk aan de armoede, en aan de Europeaan en niet aan nieuwe natievorming binnen Europa? Of gaat het toch om een misverstand, om een overerfbare schande die wij, als Europeanen, blijkbaar onmiddellijk mogen afkopen met veel overheidsgeld, boetedoening, en andere regelingen, als we maar geen kritiek leveren?


Zonder toetsing ter plaatse of veldonderzoek wisten drie wetenschapper hoe de vork in de steel zat. In hun vocabulaire komen geen geplande rellen voor, geen Senegalese politie-informanten die, schreef le Figaro, na een schotenwisseling tijdens de rellen werden gearresteerd en in het bezit bleken te zijn van diplomatieke papieren, geen criminele benden die terugslaan naar de Franse politie, er zijn alleen slachtoffer. Is dat zo? Mogen we niets anders schrijven, of wel? En als we dat doen zijn wij dan bevooroordeeld? Maarten Hajer en Justus Uitermark van de Universiteit van Amsterdam hebben vastgesteld dat de media niet anti-moslim zijn. Desondanks bezweren Islamitische politici steeds weer dat het westen de Islam wilt vernederen en vinden Turkse politici als Erdogan dat kranten geen spotprenten van Mohammed mogen publiceren. De enige juist kijk op deze affaire had Nahid Riazi van de vrouwenorganisatie IKIR, zij schreef over de spotprenten affaire, dat al die opwinding nergens op sloeg. Het was werkelijk buiten alle proporties, vond ze. Riazi: 'Vele politieke activisten, schrijvers, kunstenaars en journalisten worden onverminderd terechtgesteld, vermoord in de landen die nu protesteren tegen de vrijheid van meningsuiting in Denemarken. Het gaat om landen zoals Iran, Saoedi-arabië en Egypte. Wanneer er een land veroordeling verdient dan is het Iran dat vorige week een vrouw veroordeelde tot steniging.'

In Nederland beroepen we ons graag op de vrijheid van meningsuiting. We koesteren graag de idee dat wij tolerant zijn, en verstandiger dan de rest van de domme wereld die niet zo verlicht is. Deze eigenwaan zorgt er steeds weer voor dat we de waarheid van alledag uit het oog verliezen. Soms hebben we een bisschop nodig om weer de puntjes op de i van Islam, én van ij van Turkije te zetten.

Printer-friendly version   Email this item to a friend